UW TUiN & SCHUTTiNG WORDT GEMAAKT MET PERFECTiE
UW TUiN & SCHUTTiNG .NL
 

De knotwilg

De knotwilg bepaalt al heel lang het beeld van het Nederlandse landschap. Vroeger werden knotwilgen niet speciaal gekweekt. Toen knipten ze van een dunne, rechte twijg de onderste 70 centimeter kaal. Zo ging de wilg de grond in en een jaar later kroonden ze hem op. Vervolgens lieten ze de twijg nog een jaar groeien en pas het derde jaar begon het wilgen knotten. Na ongeveer 20 jaar ontstond op deze manier de knotwilg.

 

Wanneer snoeien?

De knotwilg moet je blijven snoeien, want anders kunnen de takken scheuren en ben je de knotwilg kwijt. Je kunt hem elk jaar snoeien, maar meestal gebeurt het om de drie tot vijf jaar. De knotwilg kun je op twee manieren snoeien, namelijk knotten en dunnen. Wilgen knotten doe je alleen tijdens de wintermaanden. Als je midden in het groeiseizoen (augustus) alle twijgen zou verwijderen, valt de zuurstofproductie in één keer weg, de stam van de knotwilg sterft dan gegarandeerd af.

 

Knotwilg snoeien

Zorg bij het snoeien voor goed snoeigereedschap, zoals de snoeischaar. De dikste twijgen snoei je met de sterke takkenschaar met hevelconstructie of een snoeizaag.

 

Knotwilg knotten

Snoei de twijgen zo dicht mogelijk van de stam af. Zaag nooit een grote twijg direct bij de stam af. Zaag hem eerst een stuk vanaf de stam af en verwijder daarna pas het laatste deel. Doe je dat niet, dan kan de twijg scheuren. Vanuit daar gaat hij opnieuw uitlopen, zo creëer je de traditionele knotwilg.

 

Knotwilg dunnen

Kort een derde van de twijgen op ongeveer 70 centimeter in. Deze twijgen lopen sneller uit dan de andere en daardoor krijg je sneller een volle kroon.